zondag 2 november 2014

Verwerkingsopdracht WOI

Post voor mevrouw Bromley
Stefan Brijs

Opdracht 2



Het boek gaat over een jongen, Martin Bromley. Hij is zeventien en te jong voor het leger. Hij probeert de oudere John Patterson over te halen om samen in dienst te gaan, maar John kiest voor zijn studie. Met een list lukt het Martin om toch naar het front te vertrekken, en John blijft achter. De druk op dienstweigeraars nam steeds meer toe, dus het was niet heel gek dat steeds meer jongeren zich aanmeldden. In het boek is te lezen hoe de jongeren op straat werden aangehouden en voor gek werden gezet of belachelijk gemaakt, omdat ze zich nog niet hadden aangemeld voor het leger.
Nadat Martin naar het front vertrokken was, blijft John alleen achter. Steeds vaker wordt hij op straat lastiggevallen, als hij op weg is naar school. Hij verstopt zich daarom soms dagenlang op zijn kamer, om niet geconfronteerd te worden met de oorlog.
Ook is in het boek te lezen dat er overal posters hingen met een aangrijpende, felle tekst.

Uit het boek maak ik heel erg op dat de jongeren het meer als een spannend 'avontuur' beschouwden. En dachten dat het zo klaar zou zijn. Dat dacht immers iedereen in het begin, maar dat bleek toch anders te zijn. De jongeren zouden zich ook 'beschaamd' voelen als ze zich niet zouden aanmelden, je werd uitgescholden, uitgelachen en belachelijk gemaakt, dat wilde natuurlijk niemand.

De aanvankelijke schrik bij de bevolking maakte snel plaats voor enthousiasme, aangemoedigd door regeringsleiders en de pers. Ook aanvankelijke tegenstanders van de oorlog, zoals veel socialisten, sloten zich erbij aan. De soldaten trokken vol goede moed ten strijde. Hoe valt dit enthousiasme te verklaren?
In de eerste plaats hadden nationalisme en militarisme de vaderlandsliefde en de strijdlust aangewakkerd. Men was overtuigd van het eigen gelijk en bereid ervoor te vechten. In de tweede plaats was men overtuigd van de eigen superioriteit. In elk land werd gedacht dat men in korte tijd de oorlog zou winnen. De Fransen hoopten Kerstmis in Berlijn te kunnen vieren. Wilhelm II (keizer van Duitsland) beloofde zijn soldaten dat ze weer thuis zouden zijn "voordat de bladeren vallen".
Maar in de loopgraven verdween het enthousiasme voor de oorlog bij velen, maar volgens vele historici bleven de meeste soldaten met de oorlog instemmen. Dit aspect komt sterk terug in het boek. John komt na veel tegenslagen in zijn leven toch aan het front terecht. Hier ziet hij met eigen ogen hoe het er echt aan toe gaat. Velen van zijn medesoldaten blijven geloven en blijven strijdlustig. Maar John zelf is realistisch en ziet in dat de aanvallen vanuit de loopgraven 'nutteloos' zijn.

De burgers werden veel meer bij de oorlog betrokken dan bij vorige oorlogen het geval was geweest. Zoals in het boek ook heel sterk het geval is kwamen de berichten dat mannen gewond of gesneuveld waren, bij veel families binnen. Dit bericht was niet veel bijzonders. Iedereen was als een held of vechtend tot het eind gestorven. Terwijl de meeste soldaten zinloos, onnodig stierven.
Via affiches en films werd de bevolking opgeroepen de regering te steunen door geld te lenen, dit is ook te lezen in het boek. Mensen gingen de straat op en vroegen aan iedereen geld voor de oorlog. Om bijvoorbeeld van dat geld sokken te maken voor de soldaten.
En ze gebruikten de propaganda natuurlijk om de jongeren te overtuigen zich aan te melden als soldaat of voor andere diensten. Zo gingen vrouwen ook werken, bijvoorbeeld in munitiefabrieken.

 De leiders zagen in dat het noodzakelijk was om zowel de soldaten als de burgers enthousiast te houden om de oorlog te winnen. De film, de pers en affiches bleken uitstekende middelen om propaganda te maken voor het eigen standpunt.
Maar deze propaganda werd zo verdraaid dat deze alleen gunstig was voor eigen land. Dit beseffen John en zijn studievriend William. William heeft een hekel aan oorlog en praat op John in. Dat de oorlog helemaal niet zo verloopt als er in de kranten staan. Het aantal doden dat in de kranten stond bleek ook niet altijd te kloppen.
En het nieuws over bijvoorbeeld de opstelling, verplaatsing van troepen werden verboden in kranten en brieven. En plaatsnamen werden ook doorgestreept op ansichtkaarten.

Een ander goed propaganda item was dat de vijand 'onmenselijk' gemaakt moest worden om de eigen bevolking voldoende te motiveren voor de oorlog. Zo werden er verhalen geschreven over Duitsers die helemaal niet klopten. Ook werden er niet kloppende verhalen verteld over de Belgen en Fransen.









 Bron: sprekend verleden vwo bovenbouw






2 opmerkingen:

  1. Hoi Isabel,

    Ik kan zien dat je je goed hebt verdiept in de opdracht: je stuk is lang, bijna helemaal correct qua spelling en je geeft goede voorbeelden. Je hebt je goed verdiept in de Wereldoorlog en het verloop/de opbouw van je verhaal is duidelijk.

    Ik heb wel een aantal zinsopbouwcorrecties:
    -Je begint je zinnen vaak met 'En' ("En het nieuws over bijvoorbeeld de opstelling, verplaatsing van troepen werden verboden in kranten en brieven. En plaatsnamen werden ook doorgestreept op ansichtkaarten.") Een zin mag daar eigenlijk niet mee beginnen, net als andere voegwoorden zoals 'maar' (dat heb je ook een aantal keer gebruikt).
    -Je gebruikt heel veel bijwoorden zoals 'ook heel erg' en 'immers natuurlijk ook'. Dit kan op den duur een beetje gaan irriteren/afleiden.
    -Je bent niet altijd consequent qua onderwerp van de zin. Soms gebruik je 'je', soms 'mensen' en andere benamingen. Het verhaal loopt vlotter als je één perspectief kiest.

    Voor de rest heb ik weinig aan te merken. De inhoud is uitgebreid, je hebt duidelijk extra informatie toegevoegd uit je eigen kennis, dat verrijkt je stuk.

    Goed gedaan!!

    Anna Roos

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hoi Isabel,

    Je hebt de opdracht goed uitgewerkt. Beide aspecten zijn besproken: het sneuvelen van de waarheid en de herkomst van het enthousiasme. Het is alleen wel jammer dat je het sneuvelen van de waarheid niet erg duidelijk naar voren laat komen. Je vertelt wel dat men enthousiast was en dat dit uiteindelijk niet waar blijkt te zijn, maar nergens staat vermeld dat dit het sneuvelen van een waarheid is. Dit moest ik zelf bedenken en, terwijl ik daar niks op tegen heb, is dit storend voor het lezen. Het gedeelte over de herkomst van het enthousiasme is daarentegen wel erg duidelijk en goed besproken, dat heb je heel goed gedaan. Je bespreekt dit uitgebreid, met veel informatie en redelijk uitgebreid.
    Wat wel jammer is, is dat ik veel kleine foutjes en gebreken in je tekst terug vind. Je zegt ergens 'Ook is in het boek te lezen dat er overal posters hingen met een aangrijpende, felle tekst'. Ik mis hier een voorbeeld. Wat is deze aangrijpende tekst? Dit soort dingen zijn storend tijdens het lezen. Interpunctiefouten zijn veel aanwezig. Tussen 'beschouwden' en 'en' in je vierde alinea hoort geen punt, maar een komma. Tussen 'gemaakt' en 'dat' hoort juist een punt, geen komma. In je voorlaatste alinea maak je een grammaticale fout. Je schrijft 'En het nieuws over bijvoorbeeld de opstelling, verplaatsing van troepen werden verboden in kranten en brieven', hier maak je een fout bij de persoonsvorm. Deze zet je in het meervoud, terwijl het enkelvoud moet zijn. Het onderwerp is 'het nieuws', en dat is enkelvoud. Al deze dingen zijn jammer, maar hebben geen al te grote invloed op de kwaliteit van je tekst.
    Kortom: goede opdracht. Je hebt het boek duidelijk goed begrepen en dit goed verwerkt in je opdracht.

    BeantwoordenVerwijderen