Jeroen Brouwers, Bezonken rood
Genre: psychologische oorlogsroman
Aantal bladzijdes: 104
Uitgeverij: Atlas
Plaats: Amsterdam
Jaar eerste druk: 1981
Over de schrijver
Jeroen Brouwers wordt op 30 april 1940 geboren in Jakarta, het vroegere Nederlands-Indië. In 1942 komt door de Japanse invasie al snel een einde aan zijn onbezorgde jeugd. Samen met zijn grootmoeder, moeder en zusje wordt hij van 1943 tot 1945 opgesloten in het vrouweninterneringskamp Tjideng. Na de oorlog kwam het gezin weer bij elkaar. Op 14 juni 1947 gingen Jeroen samen met zijn broers, zus en moeder per schip naar Nederland. In 1948 kwam ook zijn vader naar Nederland. Tot zijn 10e woonde Jeroen thuis bij zijn ouders in Den Bosch. Hierna kwam hij op verschillende rooms-katholieke kostscholen terecht. In 1958 moet Jeroen in militaire dienst. Na zijn Dienstplicht werkt hij als journalist. Hij woont dan in Nijmegen. In 1964 verhuist hij naar Brussel waar hij eerst reactiesecretaris en later (hoofd)redacteur zal worden bij de uitgeverij Manteau. Datzelfde jaar brengt hij zijn boek 'Het mes op de keel' uit. In 1967 krijgt hij de Vijverbergprijs voor zijn roman Joris Ockeloen en het wachten. Na een mislukt huwelijk vertrekt Brouwers in 1976 naar Nederland om zich daar geheel aan de literatuur te wijden. In 1979 verschijnt de roman Het verzonkene, het eerste deel van een trilogie, geheel gewijd aan zijn jeugd in het voormalige Nederlands-Indië. Bezonken rood verschijnt in 1981. Hierin beschrijft Brouwers de toestanden in het interneringskamp Tjideng. Dit boek wordt lovend ontvangen, alhoewel het publiek twijfelt aan het werkelijkheidsgehalte ervan. Het slot van de trilogie volgt in 1988 onder de naam De Indiëromans: De zondvloed. Thema's als liefde, literatuur en de dood spelen een grote rol in zijn, vaak autobiografische, werken. Zelf zegt hij daarover: "Ik schrijf om te overleven.". In 1993 ontvangt hij de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre.
Verhaal
In 1981 krijgt Jeroen Brouwers een telefoontje, zijn moeder is overleden. Hij had al een hele lange tijd geen contact met haar en gaat dus ook niet naar haar crematie. Door dit bericht komen er herinneringen naar boven van vroeger. Na de inval van de Japanners in Nederlands-Indië in 1943 kwamen Jeroen, zijn moeder, oma en zijn zus in een vrouwenkamp, Tjideng genaamd, terecht. In dit kamp worden de vrouwen mishandeld, vernederd en verkracht. In het kamp maakt Jeroen dagelijks de dood van dichtbij mee. Elke dag gaan er mensen dood aan honger, uitputting, mishandeling of omdat ze doodgeschoten worden. Door al deze ervaringen wordt de dood een gewoon iets voor Jeroen. Hij vindt het eigenlijk helemaal niet erg als er iemand dood gaat, want dan komt er meer ruimte vrij en kan hij spullen stelen. Jeroen heeft in het kamp altijd een tropenhelm op. Deze is nog van zijn opa en aan deze helm kan zijn moeder hem altijd herkennen tussen de andere kinderen. Na de oorlog herenigt het gezin zich, ze emigreren naar Nederland waar Jeroen naar een kostschool wordt gestuurd. Hij voelt zich verraden door zijn moeder en hun band wordt steeds slechter. Een aantal jaar voor zijn moeder sterft ontmoet Jeroen Liza. Hij gaat met haar mee en ze hebben een kortstondige relatie. Hij vind haar echter al snel niet meer leuk en na 3 dagen vertrekt hij om haar te vergeten. Een maand voor zijn moeders dood komt hij Liza weer tegen. Jeroen is dan al getrouwd geweest en heeft een dochter. Het gesprek is niet erg diepzinnig en Jeroen bedenkt hoe hij geworden is wat hij is. Jeroen bedacht zich ook wat hij die avond allemaal gedaan heeft en wat zijn moeder gedaan zou kunnen hebben voor zij stierf. Het contact tussen hem en zijn moeder was inmiddels zo slecht geworden dat hij daarom ook niet bij de crematie aanwezig wilde zijn.
Hoofdpersonages
Jeroen Brouwers: Jeroen Brouwers is de hoofdpersoon van het boek. In het boek zelf is hij ook schrijver. De gebeurtenissen die Jeroen in het kamp heeft meegemaakt hebben zijn hele verdere leven bepaalt. Hij is niet gelukkig, niet goed in sociale contacten en relaties, en hij is erg bang.
Moeder van Jeroen: Jeroen had een goede relatie met zijn moeder, ze stal eten voor hem in het kamp zodat hij niet verhongerde, en ze gaf hem cadeautjes van spulletjes die in het kamp te vinden waren. Hoe langer in het kamp hoe minder Jeroen van zijn moeder ging houden. Toen zijn moeder op een dag ernstig mishandeld werd voor zijn neus, hield hij op van haar te houden en wilde hij een nieuwe moeder.
Liza: Liza komt 2 keer in het boek voor. Jeroen heeft een korte relatie met haar. Deze relatie wordt heel hartstochtelijk verteld. Jeroen ziet Liza als een moederfiguur, waardoor zij belangrijk is in zijn leven.
Setting
Het verhaal speelt zich voornamelijk af op 3 plaatsen. In Batavia in het Tjideng kamp, het stadje waar Liza woont, een vrouw die Jeroen ontmoet en een korte relatie mee krijgt en in de woning van de ik-persoon, in Exel. Het verhaal wordt niet-chronologisch verteld, er wordt veel gebruik gemaakt van flashbacks naar het kamp.
Vertelperspectief
Het verhaal is volledig geschreven vanuit een ik-vertelsituatie. De ik-figuur is de hoofdpersoon.
Titelverklaring
De titel staat voor meerdere zaken in het boek. Ten eerste voor de rode stip op de Japanse vlag, wat voor de schrijver het teken van bloed betekent. Ook wordt er het bloed mee bedoeld van de vrouwen, doordat ze zo erg worden mishandeld door de Japanners. Ook staat het voor het bezinken van de oorlogsherinneringen. Zo drinkt Jeroen om de herinneringen te laten verdwijnen.
Thematiek en motieven
Er zijn verschillende thema's/motieven in het verhaal;
- Dood: in het kamp ziet Jeroen veel mensen sterven. Daardoor wordt het na verloop van tijd normaal voor hem. Hij ziet het meer als iets spannends, hij kan misschien wel wat spullen pikken van diegene die is overleden.
- Angst: hij is bang voor de herinneringen van vroeger. Wat hij vroeger zag als iets onbezorgds en normaals, ziet hij nu als iets verschikkelijks. Hierdoor gaat hij drinken en neemt pillen.
- Liefde: Zijn hele verdere leven zoekt hij naar liefde, naar een moederfiguur. Dit vindt hij bijvoorbeeld bij Liza, waarmee hij een korte relatie heeft.
En het grootste thema in dit verhaal is natuurlijk de relatie tussen Jeroen en zijn moeder. Deze wordt verstoord door de verschrikkelijke gebeurtenissen in het kamp.
Moeder-kind relatie
Deze relatie komt heel goed naar voren in het boek. Eigenlijk draait heel het boek om deze relatie. Doordat de vrouwen in het kamp elke dag weer vernederd en mishandeld worden krijgt Jeroen een steeds slechter beeld van vrouwen. Op een dag wordt al het voedsel van de vrouwen begraven als straf. Jeroens moeder heeft stiekem nog wat rijst kunnen pakken, maar hier komt de leider van het kamp achter. Citaat uit boek: 'Nee, nu valt er voorlopig niets meer te lachen.' Voor zijn neus wordt Jeroens moeder verschrikkelijk mishandelt. Citaat uit boek: 'Mijn moeder was de mooiste moeder, op dat moment hield ik op van haar te houden. Ik dacht op dat moment: nu wil ik een andere moeder want deze is kapot.' Vanaf dit moment is hun relatie verstoord. Jeroen wordt, nadat ze zijn bevrijd uit het kamp, naar een internaat gestuurd. Hierdoor voelt hij zich verraden door zijn moeder en wordt zijn haat voor haar nog erger.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten