zondag 11 januari 2015

Verwerkingsopdracht, leesgroep

Gezamenlijke deel (Isabelle Busman, Mendy Xia, Seline Verbaan en Isabel van Wijk)
 
Verwachtingen 
De verwachtingen van het boek waren hoog. De lay-out sprak ons wel aan en de flaptekst nodigde uit tot lezen doordat 'De Wandelaar' geschetst werd als een spannend, avontuurlijk boek. En in zekere mate was dit ook van toepassing, maar toch bleven er veel vragen onbeantwoord.  
Doordat er op de kaft van het boek twee handen stonden die rijkten naar een vallende hond, hadden wij allemaal de verwachting dat deze hond een centrale rol zou spelen in het verhaal en niets was minder waar.  
De focus lag in dit boek niet op de avonturen die de hoofdpersoon meemaakte, ook was er zeker niet zoveel spanning als verwacht verwerkt in het boek. Het bleek een heel ander boek te zijn dan gedacht. Het gaat om de rijke heer Mulder die eenzaam blijkt te zijn. De hond houdt hem een lange tijd gezelschap, waarbij hij van de hond leert en probeert goed te doen voor mensen waar hij eerst geen oog voor had. Uiteindelijk is hij weer eenzaam. Door de band met ‘le chien’ is hij enorm gegroeid als persoon 
Het boek week dus enorm af van de verwachtingen. Maar ondanks dat, is het boek ons wel degelijk bevallen. 
 
Titelverklaring 
'De Wandelaar' kan naar onze mening terug slaan op de hoofdpersoon, de heer Mulder, of de hond.  
De heer Mulder loopt dagelijks een vaste wandeling om tot rust te komen, dit doordat er voor de lezer onbekende gebeurtenissen uit het verleden aan hem knagen. De heer Mulder kan dus als 'De Wandelaar' worden gezien.  
Maar de hond die bij een brand in de armen van de heer Mulder springt, is ook een groot wandelaar. Hij laat de heer Mulder vele onbekende plekken in Parijs zien en heeft vele vrienden gemaakt bij deze wandelingen. Ook kan uit het verhaal worden gehaald dat de hond grote reizen heeft gemaakt, waarbij hij veel van de wereld heeft gezien. Dus ook de hond kan bedoeld worden met ‘De Wandelaar’. 
 
Personages 
De hoofdpersonages zijn de heer Mulder/ Nicolas Martin en de hond. Andere belangrijke personages zijn de père Bruno, Sri en 'le chinois'.  
De heer Mulder vangt een hond op die uit een brandend gebouw springt, waardoor ze gelijk een speciale band hebben met elkaar. Vanaf het begin van het boek is de heer Mulder een gesloten boek voor de lezer. De lezer kent zijn achtergrond niet en door bepaalde opmerkingen van de heer Mulder en het feit dat hij zich als ander persoon voordoet worden er bij de lezer verschillende vragen opgeroepen. Wat er gebeurd is in het verleden met de heer Mulder, kom je in dit boek zo goed als niet te weten.  
De hond worden menselijke eigenschappen toegeschreven. In het boek lijkt de hond de heer Mulder emotioneel te begrijpen en wil de hond hem ook leren hoe zijn leven te beteren. Met de overige personages krijgt hij ook een band en treedt hij voor hen op als weldoener door hen allen te helpen met hun problemen.  
Père Bruno speelt ook een vrij grote rol in dit boek. De hond brengt Mulder in contact met deze man en hij gaat naar mate het verhaal vordert een steeds grotere rol spelen in het leven van Mulder. Echter is hij aan het eind van het verhaal ineens weer naar de achtergrond verdwenen.  
Ook de band die Mulder korte tijd met Sri had, is ineens weg als zij hem aan het eind van het boek gaat vermijden.  
 
 
Setting, perspectief, open plekken 
Het verhaal speelt zich af in Parijs van de 21e eeuw. De heer Mulder is een rijk man, dus woont in een van de betere buurten van Parijs. Door de hond wordt hij geconfronteerd met de achterbuurten van Parijs en daar zijn ze dus ook regelmatig te vinden. De setting is naar onze mening goed gekozen, aangezien in een wereldse stad als Parijs veel 'avonturen' mogelijk zijn zonder dat het onrealistisch overkomt. Ook wordt Parijs gezien als broeihaard van de illegale allochtonen. Aangezien een van de thema's hierover gaat, past deze setting ook goed bij het verhaal. 
 
Het boek is een goede afschildering van de verandering van perspectief in de wereld. In het boek verandert het perspectief van de heer Mulder. Zo had hij eerst alleen oog voor de bovenklasse, en vermeed hij mensen van lage komaf. Gedurende het boek leert hij door de hond meer oog te hebben voor deze mensen en probeert hij goede daden te verrichten. De laatste daad die hij verricht in het boek is het geven van zijn hond aan Fanta, een meisje dat voor een groot deel verbrand was tijdens de brand die aan het begin van het boek beschreven wordt. Hij heeft dus goed gedaan voor zij die het nodig hadden.  
 
Één van de belangrijkste open plekken is voor ons toch wel het leven van de heer Mulder. Hij verwijt zichzelf iets en wil iemand anders zijn, vandaar dat hij zich ook als Nicolas Martin voor doet. De grote vraag is: Wat heeft de heer Mulder meegemaakt of gedaan in het verleden, waardoor hij nu zo eenzaam is en zichzelf niet kan vergeven? Andere open plekken zijn het verdere verloop van het leven van de heer Mulder, wie de aanstichter is van de brand en wie Triple X is.  
 
Thema’s en motieven 
Het boek heeft naar onze mening meerdere thema's. Zo speelt enerzijds het thema 'verlangen naar liefde en geborgenheid' een belangrijke rol, en anderzijds de thema's 'superioriteitsgevoel van hogere klasse' en 'het allochtonenprobleem'.  
Bij de heer Mulder komt het verlangen naar liefde en geborgenheid goed naar boven. Dit blijkt allereerst uit de band met zijn hond. Hij kan zijn hond moeilijk loslaten en deelt zijn emoties met hem. Dit blijkt vooral uit het feit dat hij meerdere malen zegt dat hij zich met de hond altijd sterk voelt, zelfs in de gevaarlijke achterbuurten van Parijs. Ook het feit dat hij zijn eerste liefde Catherine niet kan loslaten, ondanks de vele jaren die verstreken zijn, laat zijn verlangen naar liefde zien.  
Het thema 'superioriteitsgevoel van hogere klasse' komt ook bij de heer Mulder weer naar boven. Zo wil hij contact met zwervers, armen etc. het liefst vermijden. Hij voelt zich superieur aan hen, maar de hond leert hem respect te tonen aan hen door de heer Mulder het goede voorbeeld te geven. Het allochtonenprobleem komt in dit boek sterk naar voren door de rellen die gedurende het boek plaatsvinden. Er vinden hongerstakingen plaats en monumentale panden worden aangetast, oftewel veel chaos. Dit gebeurt allemaal om aandacht te krijgen voor de actie 'sans papiers'.  
 
De Wandelaar beschikt over enkele duidelijke motieven gedurende het hele boek. Geloof is een belangrijk motief in het verhaal. Mulder is overtuigd atheïst en snapt niet waarom mensen al die moeite doen om te geloven. Toch gaat hij wel meer nadenken over geloof, nadat hij père Bruno ontmoet heeft en in de kerk is geweest.  Netheid is een ander motief dat duidelijk telkens terugkomt bij Mulder. Het is een nette man die absoluut niet tegen viezigheid kan. Hij blijft het vervelend vinden om vlakbij zwervers te zijn. In een van de scènes van het verhaal, is de bedelares bij hem thuis. Mulder raakt in paniek en nadat ze weggegaan is, poetst Mulder het hele huis.  Verder komt het allochtonenprobleem in het westen regelmatig terug in het verhaal. In het boek komen veel personen voor die geen verblijfsvergunning hebben zoals Ngolo, Sri en de Chinese man. Père Bruno doet zijn best de mensen te helpen en hier betrekt hij ook Mulder bij.  
 
 
Oordeel 
Onze oordelen over het boek verschillen nogal. We zijn het er wel over eens dat onze verwachtingen van het boek niet echt uitgekomen waren. Het was geen spannend avonturen boek, wat we verwacht hadden dat het zou zijn naar aanleiding van de flaptekst. Het boek las wel makkelijk doordat het geen echt moeilijk taalgebruik bevatte. Sommige van ons vonden het boek wat langdradig, doordat er constant gewandeld werd en de hoofdpersoon eigenlijk niet echt bijzondere dingen mee maakten.  
Het feit dat de hond een hele positieve invloed had op Mulder was wel een aspect wat erg goed over kwam, het was mooi om te lezen en in te zien, hoe Mulder door het verhaal heen verandert in een heel ander persoon. Hij is zichzelf veel bewuster van de armen in de stad en loopt veel minder snel in een grote boog om ze heen.  
Ondanks de langdradigheid en het gebrek aan de echte spannende avonturen, vonden we het toch allemaal een mooi boek om te lezen. 
 
Persoonlijke deel 
De discussie over het boek is goed verlopen. We hadden allemaal ongeveer dezelfde mening over het boek. Persoonlijk vind ik het makkelijker om zulke opdrachten alleen te maken, je kunt zelf uitkiezen wanneer je begint en hoe je de opdracht maakt. Het was ook fijner geweest als we er tijd voor hadden gekregen onder de les. Ik heb van deze opdracht geleerd om mijn mening over een boek goed te omschrijven en de dieper liggende aspecten, zoals de motieven, te benoemen. Het boek is niveau 4. Ik vond het makkelijk te lezen, maar soms gebruikte de schrijver wat ouderwetse woorden, waardoor het iets lastiger werd. Voor mijn volgende boek ga ik kiezen uit leesniveau 4/5. Ik ben van plan een boek van Jan Wolkers te gaan lezen.

 
 

zondag 2 november 2014

Verwerkingsopdracht WOI

Post voor mevrouw Bromley
Stefan Brijs

Opdracht 2



Het boek gaat over een jongen, Martin Bromley. Hij is zeventien en te jong voor het leger. Hij probeert de oudere John Patterson over te halen om samen in dienst te gaan, maar John kiest voor zijn studie. Met een list lukt het Martin om toch naar het front te vertrekken, en John blijft achter. De druk op dienstweigeraars nam steeds meer toe, dus het was niet heel gek dat steeds meer jongeren zich aanmeldden. In het boek is te lezen hoe de jongeren op straat werden aangehouden en voor gek werden gezet of belachelijk gemaakt, omdat ze zich nog niet hadden aangemeld voor het leger.
Nadat Martin naar het front vertrokken was, blijft John alleen achter. Steeds vaker wordt hij op straat lastiggevallen, als hij op weg is naar school. Hij verstopt zich daarom soms dagenlang op zijn kamer, om niet geconfronteerd te worden met de oorlog.
Ook is in het boek te lezen dat er overal posters hingen met een aangrijpende, felle tekst.

Uit het boek maak ik heel erg op dat de jongeren het meer als een spannend 'avontuur' beschouwden. En dachten dat het zo klaar zou zijn. Dat dacht immers iedereen in het begin, maar dat bleek toch anders te zijn. De jongeren zouden zich ook 'beschaamd' voelen als ze zich niet zouden aanmelden, je werd uitgescholden, uitgelachen en belachelijk gemaakt, dat wilde natuurlijk niemand.

De aanvankelijke schrik bij de bevolking maakte snel plaats voor enthousiasme, aangemoedigd door regeringsleiders en de pers. Ook aanvankelijke tegenstanders van de oorlog, zoals veel socialisten, sloten zich erbij aan. De soldaten trokken vol goede moed ten strijde. Hoe valt dit enthousiasme te verklaren?
In de eerste plaats hadden nationalisme en militarisme de vaderlandsliefde en de strijdlust aangewakkerd. Men was overtuigd van het eigen gelijk en bereid ervoor te vechten. In de tweede plaats was men overtuigd van de eigen superioriteit. In elk land werd gedacht dat men in korte tijd de oorlog zou winnen. De Fransen hoopten Kerstmis in Berlijn te kunnen vieren. Wilhelm II (keizer van Duitsland) beloofde zijn soldaten dat ze weer thuis zouden zijn "voordat de bladeren vallen".
Maar in de loopgraven verdween het enthousiasme voor de oorlog bij velen, maar volgens vele historici bleven de meeste soldaten met de oorlog instemmen. Dit aspect komt sterk terug in het boek. John komt na veel tegenslagen in zijn leven toch aan het front terecht. Hier ziet hij met eigen ogen hoe het er echt aan toe gaat. Velen van zijn medesoldaten blijven geloven en blijven strijdlustig. Maar John zelf is realistisch en ziet in dat de aanvallen vanuit de loopgraven 'nutteloos' zijn.

De burgers werden veel meer bij de oorlog betrokken dan bij vorige oorlogen het geval was geweest. Zoals in het boek ook heel sterk het geval is kwamen de berichten dat mannen gewond of gesneuveld waren, bij veel families binnen. Dit bericht was niet veel bijzonders. Iedereen was als een held of vechtend tot het eind gestorven. Terwijl de meeste soldaten zinloos, onnodig stierven.
Via affiches en films werd de bevolking opgeroepen de regering te steunen door geld te lenen, dit is ook te lezen in het boek. Mensen gingen de straat op en vroegen aan iedereen geld voor de oorlog. Om bijvoorbeeld van dat geld sokken te maken voor de soldaten.
En ze gebruikten de propaganda natuurlijk om de jongeren te overtuigen zich aan te melden als soldaat of voor andere diensten. Zo gingen vrouwen ook werken, bijvoorbeeld in munitiefabrieken.

 De leiders zagen in dat het noodzakelijk was om zowel de soldaten als de burgers enthousiast te houden om de oorlog te winnen. De film, de pers en affiches bleken uitstekende middelen om propaganda te maken voor het eigen standpunt.
Maar deze propaganda werd zo verdraaid dat deze alleen gunstig was voor eigen land. Dit beseffen John en zijn studievriend William. William heeft een hekel aan oorlog en praat op John in. Dat de oorlog helemaal niet zo verloopt als er in de kranten staan. Het aantal doden dat in de kranten stond bleek ook niet altijd te kloppen.
En het nieuws over bijvoorbeeld de opstelling, verplaatsing van troepen werden verboden in kranten en brieven. En plaatsnamen werden ook doorgestreept op ansichtkaarten.

Een ander goed propaganda item was dat de vijand 'onmenselijk' gemaakt moest worden om de eigen bevolking voldoende te motiveren voor de oorlog. Zo werden er verhalen geschreven over Duitsers die helemaal niet klopten. Ook werden er niet kloppende verhalen verteld over de Belgen en Fransen.









 Bron: sprekend verleden vwo bovenbouw






dinsdag 28 oktober 2014

Verwerkingsopdracht Middeleeuwen, Karel ende Elegast

Opdracht 'Karel ende Elegast'


Elegast zou natuurlijk heel anders te werk gaan in deze tijd. Hij gebruikt veel modernere mogelijkheden om het geld afhandig te maken. En de slachtoffers van Elegast zijn in deze tijd een heel ander type mensen. Geen koningen en ridders maar directeurs, bankieren en advocaten.
Elegast zou deze tijd twee kanten hebben. Een held voor de armen en een sluwe dief voor de rijke bankiers en directeur. Hij heeft zelf een zwaar leven en om te overleven maakt hij geld afhandig van rijke mensen. Dit doet hij met de slimste trucjes, waardoor hij nooit gepakt wordt. Er is nooit genoeg bewijs om Elegast op te pakken. Hij deelt zijn buit wel altijd met zijn medemensen, de mensen die het net zo zwaar hebben als hem.
Elegast maakt alleen maar geld afhandig van de rijke mensen die niet eerlijk zijn. Bijvoorbeeld directeurs die geld achterhouden. Hierdoor worden al deze mensen die oneerlijk zijn gestraft. En hij helpt de mensen die hierdoor onrecht is aangedaan. Door dit probeert Elegast alle oneerlijke mensen te pakken en te zorgen dat de armere mensen ook een kans krijgen. Elegast krijgt veel steun van de achtergestelde mensen. Dit helpt hem erg. Uiteindelijk heeft hij alle rijke bedriegers gepakt en is Elegast de grote held. 
 

zondag 28 september 2014

Leesverslag Jeroen Brouwers - Bezonken rood

Jeroen Brouwers, Bezonken rood
Genre: psychologische oorlogsroman 
Aantal bladzijdes: 104 
Uitgeverij: Atlas 
Plaats: Amsterdam 
Jaar eerste druk: 1981 
 
 
Over de schrijver 
Jeroen Brouwers wordt op 30 april 1940 geboren in Jakarta, het vroegere Nederlands-Indië. In 1942 komt door de Japanse invasie al snel een einde aan zijn onbezorgde jeugd. Samen met zijn grootmoeder, moeder en zusje wordt hij van 1943 tot 1945 opgesloten in het vrouweninterneringskamp Tjideng. Na de oorlog kwam het gezin weer bij elkaar. Op 14 juni 1947 gingen Jeroen samen met zijn broers, zus en moeder per schip naar Nederland. In 1948 kwam ook zijn vader naar Nederland. Tot zijn 10e woonde Jeroen thuis bij zijn ouders in Den Bosch. Hierna kwam hij op verschillende rooms-katholieke kostscholen terecht.  In 1958 moet Jeroen in militaire dienst. Na zijn Dienstplicht werkt hij als journalist. Hij woont dan in Nijmegen. In 1964 verhuist hij naar Brussel waar hij eerst reactiesecretaris en later (hoofd)redacteur zal worden bij de uitgeverij Manteau. Datzelfde jaar brengt hij zijn boek 'Het mes op de keel' uit. In 1967 krijgt hij de Vijverbergprijs voor zijn roman Joris Ockeloen en het wachten. Na een mislukt huwelijk vertrekt Brouwers in 1976 naar Nederland om zich daar geheel aan de literatuur te wijden. In 1979 verschijnt de roman Het verzonkene, het eerste deel van een trilogie, geheel gewijd aan zijn jeugd in het voormalige Nederlands-Indië. Bezonken rood verschijnt in 1981. Hierin beschrijft Brouwers de toestanden in het interneringskamp Tjideng. Dit boek wordt lovend ontvangen, alhoewel het publiek twijfelt aan het werkelijkheidsgehalte ervan. Het slot van de trilogie volgt in 1988 onder de naam De Indiëromans: De zondvloed. Thema's als liefde, literatuur en de dood spelen een grote rol in zijn, vaak autobiografische, werken. Zelf zegt hij daarover: "Ik schrijf om te overleven.". In 1993 ontvangt hij de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre.  
 
Verhaal 
In 1981 krijgt Jeroen Brouwers een telefoontje, zijn moeder is overleden. Hij had al een hele lange tijd geen contact met haar en gaat dus ook niet naar haar crematie. Door dit bericht komen er herinneringen naar boven van vroeger. Na de inval van de Japanners in Nederlands-Indië in 1943 kwamen Jeroen, zijn moeder, oma en zijn zus in een vrouwenkamp, Tjideng genaamd, terecht. In dit kamp worden de vrouwen mishandeld, vernederd en verkracht. In het kamp maakt Jeroen dagelijks de dood van dichtbij mee. Elke dag gaan er mensen dood aan honger, uitputting, mishandeling of omdat ze doodgeschoten worden. Door al deze ervaringen wordt de dood een gewoon iets voor Jeroen. Hij vindt het eigenlijk helemaal niet erg als er iemand dood gaat, want dan komt er meer ruimte vrij en kan hij spullen stelen. Jeroen heeft in het kamp altijd een tropenhelm op. Deze is nog van zijn opa en aan deze helm kan zijn moeder hem altijd herkennen tussen de andere kinderen.    Na de oorlog herenigt het gezin zich, ze emigreren naar Nederland waar Jeroen naar een kostschool wordt gestuurd. Hij voelt zich verraden door zijn moeder en hun band wordt steeds slechter. Een aantal jaar voor zijn moeder sterft ontmoet Jeroen Liza. Hij gaat met haar mee en ze hebben een kortstondige relatie. Hij vind haar echter al snel niet meer leuk en na 3 dagen vertrekt hij om haar te vergeten. Een maand voor zijn moeders dood komt hij Liza weer tegen. Jeroen is dan al getrouwd geweest en heeft een dochter. Het gesprek is niet erg diepzinnig en Jeroen bedenkt hoe hij geworden is wat hij is. Jeroen bedacht zich ook wat hij die avond allemaal gedaan heeft en wat zijn moeder gedaan zou kunnen hebben voor zij stierf. Het contact tussen hem en zijn moeder was inmiddels zo slecht geworden dat hij daarom ook niet bij de crematie aanwezig wilde zijn.  
Hoofdpersonages 
Jeroen Brouwers: Jeroen Brouwers is de hoofdpersoon van het boek. In het boek zelf is hij ook schrijver. De gebeurtenissen die Jeroen in het kamp heeft meegemaakt hebben zijn hele verdere leven bepaalt. Hij is niet gelukkig, niet goed in sociale contacten en relaties, en hij is erg bang. 
 
Moeder van Jeroen: Jeroen had een goede relatie met zijn moeder, ze stal eten voor hem in het kamp zodat hij niet verhongerde, en ze gaf hem cadeautjes van spulletjes die in het kamp te vinden waren. Hoe langer in het kamp hoe minder Jeroen van zijn moeder ging houden. Toen zijn moeder op een dag ernstig mishandeld werd voor zijn neus, hield hij op van haar te houden en wilde hij een nieuwe moeder. 
Liza: Liza komt 2 keer in het boek voor. Jeroen heeft een korte relatie met haar. Deze relatie wordt heel hartstochtelijk verteld. Jeroen ziet Liza als een moederfiguur, waardoor zij belangrijk is in zijn leven.  
 
 
Setting 
Het verhaal speelt zich voornamelijk af op 3 plaatsen. In Batavia in het Tjideng kamp, het stadje waar Liza woont, een vrouw die Jeroen ontmoet en een korte relatie mee krijgt en in de woning van de ik-persoon, in Exel. Het verhaal wordt niet-chronologisch verteld, er wordt veel gebruik gemaakt van flashbacks naar het kamp. 
 
Vertelperspectief 
Het verhaal is volledig geschreven vanuit een ik-vertelsituatie. De ik-figuur is de hoofdpersoon. 
 
Titelverklaring 
De titel staat voor meerdere zaken in het boek. Ten eerste voor de rode stip op de Japanse vlag, wat voor de schrijver het teken van bloed betekent. Ook wordt er het bloed mee bedoeld van de vrouwen, doordat ze zo erg worden mishandeld door de Japanners. Ook staat het voor het bezinken van de oorlogsherinneringen. Zo drinkt Jeroen om de herinneringen te laten verdwijnen. 
 
Thematiek en motieven 
Er zijn verschillende thema's/motieven in het verhaal; 
  • Dood: in het kamp ziet Jeroen veel mensen sterven. Daardoor wordt het na verloop van tijd normaal voor hem. Hij ziet het meer als iets spannends, hij kan misschien wel wat spullen pikken van diegene die is overleden. 
  • Angst: hij is bang voor de herinneringen van vroeger. Wat hij vroeger zag als iets onbezorgds en normaals, ziet hij nu als iets verschikkelijks. Hierdoor gaat hij drinken en neemt pillen. 
  • Liefde: Zijn hele verdere leven zoekt hij naar liefde, naar een moederfiguur. Dit vindt hij bijvoorbeeld bij Liza, waarmee hij een korte relatie heeft. 
En het grootste thema in dit verhaal is natuurlijk de relatie tussen Jeroen en zijn moeder. Deze wordt verstoord door de verschrikkelijke gebeurtenissen in het kamp. 
 
Moeder-kind relatie 
Deze relatie komt heel goed naar voren in het boek. Eigenlijk draait heel het boek om deze relatie. Doordat de vrouwen in het kamp elke dag weer vernederd en mishandeld worden krijgt Jeroen een steeds slechter beeld van vrouwen. Op een dag wordt al het voedsel van de vrouwen begraven als straf. Jeroens moeder heeft stiekem nog wat rijst kunnen pakken, maar hier komt de leider van het kamp achter. Citaat uit boek: 'Nee, nu valt er voorlopig niets meer te lachen.' Voor zijn neus wordt Jeroens moeder verschrikkelijk mishandelt. Citaat uit boek: 'Mijn moeder was de mooiste moeder, op dat moment hield ik op van haar te houden. Ik dacht op dat moment: nu wil ik een andere moeder want deze is kapot.' Vanaf dit moment is hun relatie verstoord. Jeroen wordt, nadat ze zijn bevrijd uit het kamp, naar een internaat gestuurd. Hierdoor voelt hij zich verraden door zijn moeder en wordt zijn haat voor haar nog erger.