Stefan Brijs
Opdracht 2
Nadat Martin naar het front vertrokken was, blijft John alleen achter. Steeds vaker wordt hij op straat lastiggevallen, als hij op weg is naar school. Hij verstopt zich daarom soms dagenlang op zijn kamer, om niet geconfronteerd te worden met de oorlog.
Ook is in het boek te lezen dat er overal posters hingen met een aangrijpende, felle tekst.
Uit het boek maak ik heel erg op dat de jongeren het meer als een spannend 'avontuur' beschouwden. En dachten dat het zo klaar zou zijn. Dat dacht immers iedereen in het begin, maar dat bleek toch anders te zijn. De jongeren zouden zich ook 'beschaamd' voelen als ze zich niet zouden aanmelden, je werd uitgescholden, uitgelachen en belachelijk gemaakt, dat wilde natuurlijk niemand. De aanvankelijke schrik bij de bevolking maakte snel plaats voor enthousiasme, aangemoedigd door regeringsleiders en de pers. Ook aanvankelijke tegenstanders van de oorlog, zoals veel socialisten, sloten zich erbij aan. De soldaten trokken vol goede moed ten strijde. Hoe valt dit enthousiasme te verklaren?
In de eerste plaats hadden nationalisme en militarisme de vaderlandsliefde en de strijdlust aangewakkerd. Men was overtuigd van het eigen gelijk en bereid ervoor te vechten. In de tweede plaats was men overtuigd van de eigen superioriteit. In elk land werd gedacht dat men in korte tijd de oorlog zou winnen. De Fransen hoopten Kerstmis in Berlijn te kunnen vieren. Wilhelm II (keizer van Duitsland) beloofde zijn soldaten dat ze weer thuis zouden zijn "voordat de bladeren vallen".
Maar in de loopgraven verdween het enthousiasme voor de oorlog bij velen, maar volgens vele historici bleven de meeste soldaten met de oorlog instemmen. Dit aspect komt sterk terug in het boek. John komt na veel tegenslagen in zijn leven toch aan het front terecht. Hier ziet hij met eigen ogen hoe het er echt aan toe gaat. Velen van zijn medesoldaten blijven geloven en blijven strijdlustig. Maar John zelf is realistisch en ziet in dat de aanvallen vanuit de loopgraven 'nutteloos' zijn.
De burgers werden veel meer bij de oorlog betrokken dan bij vorige oorlogen het geval was geweest. Zoals in het boek ook heel sterk het geval is kwamen de berichten dat mannen gewond of gesneuveld waren, bij veel families binnen. Dit bericht was niet veel bijzonders. Iedereen was als een held of vechtend tot het eind gestorven. Terwijl de meeste soldaten zinloos, onnodig stierven.
Via affiches en films werd de bevolking opgeroepen de regering te steunen door geld te lenen, dit is ook te lezen in het boek. Mensen gingen de straat op en vroegen aan iedereen geld voor de oorlog. Om bijvoorbeeld van dat geld sokken te maken voor de soldaten.
En ze gebruikten de propaganda natuurlijk om de jongeren te overtuigen zich aan te melden als soldaat of voor andere diensten. Zo gingen vrouwen ook werken, bijvoorbeeld in munitiefabrieken.
Maar deze propaganda werd zo verdraaid dat deze alleen gunstig was voor eigen land. Dit beseffen John en zijn studievriend William. William heeft een hekel aan oorlog en praat op John in. Dat de oorlog helemaal niet zo verloopt als er in de kranten staan. Het aantal doden dat in de kranten stond bleek ook niet altijd te kloppen.
En het nieuws over bijvoorbeeld de opstelling, verplaatsing van troepen werden verboden in kranten en brieven. En plaatsnamen werden ook doorgestreept op ansichtkaarten.
Een ander goed propaganda item was dat de vijand 'onmenselijk' gemaakt moest worden om de eigen bevolking voldoende te motiveren voor de oorlog. Zo werden er verhalen geschreven over Duitsers die helemaal niet klopten. Ook werden er niet kloppende verhalen verteld over de Belgen en Fransen.



